Suggestie van de maand september

Volg bij je ons pre- of postnatale kinesitherapie, dan krijgt je kleine spruit van ons een deugddoende babymassage.

Tenminste als je ons kan vertellen hoe het dochterje van Lieselotte heet.

Tip: een poster hangt momenteel uit aan de voorgevel van de praktijk.

Contacteer ons !


Newsletter

Juli 2010

Geachte dokter,
Geachte abonnee,


Wij zijn verheugd dat we jullie kunnen aankondigen dat Kinepraktijk ‘De Krokus’ zal uitbreiden. In juli 2010 verruimen wij onze praktijkruimte in de Groenestaat te Zedelgem. In het nieuwe gedeelte wordt plaats voorzien voor alles wat kinderkinesitherapie aangaat. Het bestaande gedeelte krijgt een grotere oefenruimte. Op deze manier kunnen we iedere patiënt specifieker gaan begeleiden.


Graag zetten we nog even onze specialisaties bij kinderen op een rijtje. Je kan bij ons terecht voor:
• Onderzoek naar ontwikkelingsvertraging 0-14 jaar
• Begeleiding bij ontwikkelingsachterstand 0-16jaar (psychomotoriek, bobath, hendrickx thearpie)
• Opvolging van de motorische ontwikkeling bij prematuren
• Behandeling van bedplassen of problemen met de stoelgang
• Autogene drainage bij luchtweginfecties
• Kinderorthopedie
• Babymassage en babygymnastiek

 

Naar aanleiding van de opening van de kinderkine, vinden jullie aansluitend bij deze brief een tekst over ontwikkelingsvertraging.


In ons team hebben we ook een nieuwe kracht. Matthias Claeys studeerde net af als master in de kinesitherapie met als specialisatie ‘sportkinesitherapie’.


Het team van Kineprakijk ‘De krokus’


Ontwikkelingsvertraging?


Primair motorisch handelen wordt gestuurd door reflex en coördinatiepatronen. Deze patronen en dus ook motorische vaardigheden ontstaan door rijping van het zenuwstelsel. De vaardigheden worden niet aangeleerd. Rijping gebeurt soms trager of minder harmonisch, waardoor extra stimulatie van buitenaf (therapie) nodig is.


De vertraagde of verstoorde neurologische rijping kan er bij het kind voor zorgen dat de opgedane motorische ervaringen minder goed tot stand komen en geautomatiseerd worden. Bij kinderen en vooral bij deze met ontwikkelingsstoornissen is het van belang voldoende ervaringen aan te bieden. Het is noodzakelijk dat alle opvoeders, met in het bijzonder de ouders kunnen helpen om het kind vlotter motorisch te laten ontwikkelen. Vandaar kan specifieke begeleiding zeer nuttig zijn.


Waarop moet je letten en wanneer precies?


In het volgende overzicht staan GM voor grove motoriek, FM staat voor fijne motoriek. Per leeftijdsgroep staat aangegeven wat motorisch van het kind verwacht wordt.


0-24 weken:

GM: stabiliteit van het hoofd
FM: het kind houdt speeltjes vast, na 3 maand brengt het kind het speelgoed over van de ene hand naar de andere.


6-12 maanden:

GM: omrollen, kruipen op handen en knieën, trekt zich op om te staan of te zitten, doelgerichte bewegingen met armen of benen moeten mogelijk zijn
FM: gebruik van pincetgreep, wijzen met wijsvinger


12-24 maanden:

GM: voor- en achterwaarts stappen, trap op en af gaan, tegen een bal trappen, bal bovenhands werpen
FM: toont soms een handvoorkeur, bouwt torens met blokken, kan krabbelen met potlood op papier, kan inlegpuzzels maken


24-36 maanden:

GM: kan enkele sec. op 1 been staan, kan op de tippen stappen, kan op een klimrek klimmen, kan op een driewieler fietsen
FM: kan kralen rijgen op een touw, kan repen knippen, kan vormen kopiëren (vb. cirkel en vierkant)


3 tot 5à6 jaar:

GM: ledematen bewegen onafhankelijk, synchroon looppatroon, bal kan met de handen worden gepakt, kan een bal eenhandig botsen, kan op driewieler fietsen of zelfstandig fietsen
FM: goede grijpfunctie voor hanteren van bestek, ontwikkelen van de pengreep, kan gericht tekenen-kleuren-prikken, lichaamsas wordt overschreden, kan eenvoudige figuren uitknippen


5 tot 7 jaar:

GM: verschillende motorische opdrachten kunnen uitvoeren (balspelen, turnen, evenwichtsoefeningen)
FM: zelfredzaamheid (ritsen, knopen en veters kunnen hanteren), gebruik van een juiste pengreep, goede oog-handcoördinatie voor het schrijven en bimanuele coördinatie voor het hanteren van het bestek


Hoe zijn de kinderen met een ontwikkelingsvertraging te herkennen?


Aan de hand van het overzichtje kan ruw nagegaan worden als het kind kan wat er op een bepaald ogenblik van hem verwacht wordt. Deze kinderen zijn vaak angstig bij houdingen en bewegingen waar ze niet mee vertrouwd zijn. Baby’s huilen dan snel. Soms merk je bij het kind ook een zekere frustratie omdat het wel iets zou willen doen, maar niet goed weet hoe het moet. Vooral baby’s worden vaak als lui omschreven, omdat ze niet spontaan gaan bewegen. Oudere kinderen worden dikwijls als onhandig bestempeld.
Ieder kind is uniek en moet in zijn totaliteit bekeken worden. Daarom kan het nuttig zijn om een globaal motorisch onderzoek te laten uitvoeren om de ontwikkeling te bekijken ten opzichte van leeftijdsgenootjes van het kind.

 

 

Gebruik van literatuur:
Calmeyn P., Dewitte G. (2001) Kinderen met ontwikkelingsdyspraxie. België, Acco.

 

info@dekrokus.be |  powered by duotix |  Inloggen