Kinderen met een ontwikkelingsachterstand; die minder vaardig zijn dan leeftijdsgenoten; vallen vaak uit de boot op school, bij sportactiviteiten of andere vrijetijdsbestedingen. Hierbij kan psychomotorische therapie hen helpen om algemeen motorisch beter te functioneren en zo meer zelfvertrouwen te krijgen.
Er worden grof- of fijn motorische activiteiten gedaan, afhankelijk van de uitval bij het kind. Er wordt bvb. gewerkt op evenwicht, coördinatie, snelheid, oog-hand coördinatie (knippen, nauwkeurig werken), reactiesnelheid. Er wordt ook taakgericht gewerkt als het kind bepaalde activiteiten of handelingen uit zichzelf niet onder de knie krijgt. Dit zijn dikwijls ADL - taken (een trap alternerdend opstappen, kledij met ritsen of knopen aantrekken, bij het eten gebruik maken van mes en vork, fietsen) of sportspecifieke handelingen.